leefschool dagpauwoog

Leerstof

Hoe leren kinderen op onze school?

Het projectwerk is vaak het uithangbord van de leefschool. Daarachter schuilt een erg gevarieerde aanpak om de leerstof te verwerken en de eindtermen te halen. Hier krijg je een overzicht, te beginnen met de planning.

Planning van de dag en de week

Van kleins af aan leren de kinderen zelfstandig werken. Ze leren al snel het werk dat er moet gebeuren te overzien en te plannen hoe ze dat gaan aanpakken. Dat gebeurt elke ochtend op het einde van de kring. De kinderen en de begeleidsters overlopen dan samen de planning.

  1. In leefgroep 1 en 2 hangen er pictogrammen aan de muur. Zo kan de begeleidster overlopen wat er die dag allemaal te doen is. Er zijn altijd keuzehoeken met daarin het project als rode draad. Naast de daglijn hangen ook grote bladen papier met daarop de planning van het project.
  2. In leefgroep 3 plannen de kinderen na de kring wat ze die dag gaan uitvoeren. Sommige dingen liggen vooraf vast, andere taken worden in het weekschema genoteerd. Het weekschema hangt in de kring omhoog en elke leerling heeft een agenda waarin de eigen weekplanning staat. De planning van het project voor de groep staat in krijt op de deuren van de klas.
  3. In leefgroep 4 en 5 plannen de leerlingen op maandag hun werkweek. Ze krijgen een overzicht van de weekplanning en zetten dat in hun agenda. Zo weten ze altijd wat ze wanneer moeten doen of klaar hebben. De planning van het project voor de groep staat in krijt op wanden van de klas.

Vrije werktijd

Tijdens de vrije werktijd krijgen de kinderen een open aanbod. Daar mogen ze zelf uit kiezen.

  1. Vrije beeldende expressie: een tekening, plakwerk of een kunstwerk maken in de creatieve hoek.
  2. Vrije tekst: een persoonlijke tekst schrijven over iets dat het kind bezig houdt en die eventueel illustreren.
  3. Dramatische expressie: een gedicht schrijven en voordragen, een klein toneelstukje maken en opvoeren.
  4. Handwerk: naaien, haken, vilten, breien.
  5. Wiskundeinformatica: op de computer.
  6. Blog: teksten schrijven.
  7. Zelfstandig onderzoek: één of meerdere leerlingen kunnen iets opzoeken over een vraag die in de kring aan bod kwam. Dat kan in boeken uit het Pluishuis of via het internet.
  8. Planten- en dierenhoek: buiten is er altijd veel te doen: eten en drinken geven aan de dieren, in de tuin werken, de kruidentuin wieden, iets planten, verzorgen of oogsten in de moestuin, iets klaarmaken in de keukenhoek...
  9. Wetenschappelijk onderzoek– techniek: in de technologische hoek kunnen dingen onderzocht worden, bijvoorbeeld: Wat drijft er of wat zinkt? Welke eigenschappen heeft een metaal?...

Hoekenwerk

Het hoekenwerk biedt elke dag een gevarieerd aanbod. Het is nooit vrijblijvend maar sluit altijd aan op een leeractiviteit.

  1. In leefgroep 1 en 2 kunnen de kleuters timmeren, zich verkleden en schminken, op de computer educatieve spelletjes spelen, kleuren of knutselen, in het winkeltje of in het huisje spelen, bouwen met lego of knex, reken- en schrijfspelletjes doen of zich in de boekenhoek nestelen.
  2. In leefgroep 3 en 4 kunnen de leerlingen werken aan hun vrije tekst, oefeningen wiskunde doen, dingen opzoeken voor het project, proefjes doen in de wetenschapshoek, op de computer werken, taalspelletjes doen, in de leeshoek wegkruipen, werken in keukenhoek, knutselen of tekenen...
  3. In leefgroep 5 zijn er  dezelfde hoeken als in leefgroep 3 en 4 en is er ook nog een hoek Frans.

Vakonderricht


Soms krijgen de leerlingen ook gewoon les. Wij gebruiken de term instructiemoment waar de leerlingen in groep of individueel uitleg krijgen over leerstof. Nadien kan de leerling zelf aan de slag tijdens het individueel zelfstandig werk (IZW) en zo de leerstof onder de knie krijgen. Dat kan ook tijdens het hoekenwerk, waar alle vakken verder uitgediept worden.

Wij gebruiken volgende methodes:

  1. Rekenen gebeurt met de Rekensprong.
  2. Taal wordt geoefend met eigen vrije teksten. Die mogen de kinderen elke week op het forum voorlezen. Het handboek dat daarnaast gebruikt wordt is Tijd voor taal.
  3. Spelling en taalbeschouwing oefenen de leerlingen met woordpaketten die voortkomen uit hun vrije teksten zn van het project.
  4. Iedereen in leefgroep 5 leert Frans

Huiswerk

In Dagpauwoog krijgen de kinderen weinig tot geen huiswerk. Ze krijgen genoeg verwerkingstijd in de klas zelf. Dat betekent niet dat ze thuis nooit iets moeten doen voor school. We geven enkele voorbeelden:

  • Bij de start van elk project is er veel opzoekwerk. De kinderen verzamelen dan documentatie, ook thuis. Soms moeten ze die thuis ook al eens doornemen om ze te beoordelen.
  • Soms krijgen de kinderen oefeningen mee naar huis, op basis van hun eigen vorderingen en noden. Niet alle kinderen krijgen dus dezelfde oefeningen mee.
  • We sporen de kinderen aan om thuis te lezen.
  • Soms is het nodig om een Franse les thuis in te oefenen.
  • Tafels en splitsingen moeten geautomatiseerd worden. We vragen sommige kinderen om thuis verder te oefenen.

Sommige leerlingen hebben nood aan een extra stimulans. De zorgcoördinator en de begeleider stellen dan een individueel contract op: bijvoorbeeld om de tafels extra te oefenen of thuis te lezen. We vragen de ouders dan om dit thuis mee op te volgen.