leefschool dagpauwoog

Filosoferen

PLEZIER: kinderen beleven er plezier aan, het sluit aan bij vragen die ze zelf ook stellen, dus het is niet iets vreemd voor hen

PERSOONLIJKE VORMING: het draagt daartoe bij omdat het gaat om kennis die uit henzelf komt, het helpt hen zichzelf beter te begrijpen, kan zelfs zover gaan dat het blokkades en fixaties kan helpen veranderen.  

BRUG: filosoferen met kinderen fungeert als een brug tussen alle fragmentarische kennis die kinderen gewoonlijk bezitten. Die fragmentatie kan een vervreemdend effect hebben met weer demotivatie als gevolg. Kinderen krijgen veel stukjes van een groot geheel aan kennis te verwerken maar kunnen zelf nog niet alles in de juiste context plaatsen. Terwijl betekenis maar ontstaat binnen een context. Filosoferen kan bijdragen om kinderen te helpen betekenis te vinden in hetgeen zij in het dagelijks leven ontmoeten. Dit gebeurt door reflectie.

 
TAALVAARDIGHEID: filosoferen verplicht je  je gedachten in heldere en efficiënte taal om te zetten.

RESPECT: bij filosoferen wordt elke andere mening, elk standpunt aan een kritisch onderzoek onderworpen maar nooit de persoon zelf. Ook inzicht verwerven in die andere mening is belangrijk en gebeurt meestal via wisslen van perspectief (denkt iemand daar anders over, kan het tegendeel ook waar zijn ? ).  

LEREN LUISTEREN: naar elkaar, leren praten in groep, gespreksdiscipline zijn essentiële vaardigheden. Strakke regels en afspraken kunnen trouwens ook het onderwerp van een filosofisch gesprek zijn. Ooit in een sessie zijn de volgende vragen aan bod gekomen. Wil je dat er naar je geluisterd wordt en zo ja waarom ? Hoeveel mensen moeten er luisteren vooraleer je bereid bent te praten ? Is 1 voldoende ? Mogen de anderen ondertussen onder elkaar praten? 

GOED EN ZELFSTANDIG NADENKEN: wordt door filosoferen bevorderd via: het stellen van vragen en het leren formuleren van gedachten, het argumenteren, het opbouwen van goede argumentatiestrategieën, die logisch, relevant, consistent en bewust zijn, het verhelderen van concepten, het leren leggen van verbanden, het maken van onderscheiden en vergelijkingen, het generaliseren, analyseren en abstraheren, het analyseren van veronderstellingen, aannames en  vooronderstellingen, het ontwikkelen van alternatieve gezichtspunten, het stimuleren van kritische en creatieve vaardigheden.

 VAN STANDPUNT VERANDEREN: leren bereid zijn je standpunt te veranderen op basis van overtuigende argumenten van een ander.