In leefgroep 2 begin je de lagere school. De kinderen zijn tussen zes en negen jaar oud. Thaïs leert de kinderen van niveau 1 en 2 lezen en schrijven. Ze vertrekt altijd van zinnetjes en woorden die de kinderen zelf aanbrengen. Lieve werkt met de kinderen van niveau 3 en geeft rekenen aan niveau 2. Aan de projecten wordt uiteraard met de hele groep samen gewerkt. Op donderdagnamiddag volgen de kinderen levensbeschouwelijke vakken.
De kring
Elke dag begint met de kring. Eén van de kinderen leidt het gesprek, de andere vertellen iets, tonen een tekening, lezen een verhaaltje voor, enzovoort. Op het einde van de kring wordt de dagkalender aangepast. Zo leren de kinderen de dagen, weken en maanden kennen. Na de kring wordt de leider geëvalueerd. Sprak hij duidelijk? Liet hij alle kindjes aan het woord? Greep hij in als het te druk werd? Eén keer per week is het boekenronde. Dan stelt een leerling een boek voor dat hij gelezen heeft. Dat kan door een stukje voor te lezen, het verhaal na te vertellen, tekeningen te tonen, een toneeltje op te voeren...hoe creatiever hoe leuker. Na de kring overlopen we het planningsbord. Daarop staat wanneer het instructie is, of er uitstappen zijn, wanneer we moeten gaan turnen of zwemmen, wanneer er hoekenwerk is of een bezoek aan het Pluishuis. Zo krijgen de kinderen steeds een overzicht van de week.

Naar de werkruimte
In de werkruimte krijgen de kinderen instructie. Dan wordt een deel van de leerstof in groep overlopen. Er is ook ruimte om zelfstandig te werken, met of zonder materiaal. Er zijn rekenspellen, taalspellen, schrijfspellen, bouwspellen, enzovoort. Niveau 1 heeft meer instructiemomenten. Ze leren lezen met de letters die ze reeds kennen. Door die nadien te combineren met nieuwe letters, leren ze nieuwe woorden lezen. En zo werken we het hele alfabet af. Rekenen gebeurt met veel materiaal, bijvoorbeeld rekenrekken, kralenkettingen, blokken, knopen, koekjes...Niveau 2 en 3 werken vaak zelfstandig. Zij krijgen een taalpakket en een rekenschrift. In het begin van de week wordt bepaald wat ze tegen het einde van de week moeten afwerken. Wanneer ze dat doen, plannen ze zelf. Daarbij houden ze rekening met de andere activiteiten, zoals de instructiemomenten en het projectwerk.

Drie onderbrekingen
In die voormiddag is er een onderbreking om fruit te eten en te gaan spelen. Op de middag lunchen de kinderen in de klas en is er daarna een lange speeltjid. In de namiddag is er koek en drank en ook nog een korte speeltijd.
Na de middag
Na de middag wordt er vooral aan het project gewerkt, vaak in groepjes. Er wordt voorbereid, opgezocht, geknutseld, getekend, gerepeteerd, geoefend...alle leeftijden zitten dan gemengd.
Leefgroep 2