Projectwerk
Om te weten wat een Leefschool is, moet je weten wat een project is. Het is veel meer dan een thema waar ze bijvoorbeeld een week rond werken. De projecten zijn de basis van de methode: de kinderen vertrekken vanuit hun leefwereld en leren zo zichzelf en de wereld kennen.
Een keer of vijf, zes per jaar, kiezen de leerlingen in hun leefgroep een nieuw project. Daar werken ze 1 à 2 maanden aan. Elk project eindigt met een 'eindproduct'. Dat kan een voorstelling zijn, een boek, een film, een tentoonstelling, een spel, een uitstap, een feest,... iets wat ze kunnen laten zien aan de andere leerlingen van de school en aan de ouders, opa's en oma's.
De leerlingen kiezen zelf hun projecten. Dat is een intensief, democratisch proces. De begeleiders letten erop zoveel mogelijk leerstof in de projecten te verwerken en alle activiteiten in de leefgroep erin te passen. Hieronder leest u hoe de kinderen hun projecten kiezen, uitwerken en afronden.
- De kinderen brengen ideeën aan voor een nieuw project. Dingen uit de actualiteit. Iets wat ze thuis meemaakten. Een idee dat ze interessant vinden. Iets wat ze op tv zagen... Alle ideeën worden verzameld.
- De criteria waaraan een project moet voldoen, worden nog eens overlopen.
- De ideeën uit de brainstorm worden getoetst aan de criteria. Iedereen mag zijn mening zeggen.
- Er wordt over de ideeën gestemd. De eerste stemronde mag iedereen drie stemmen uitbrengen. De tweede stemronde nog twee. Na die tweede stemronde blijven er nog enkele projectvoorstellen over.
- Over de laatste drie ideeën maken de leerlingen reclame, om elkaar te overtuigen.
- Voor ze de definitieve keuze maken, denken ze nog eens na over de mogelijkheden die elk idee biedt. Waarom zou dit een goed project zijn om te kiezen? Daarna wordt er terug gestemd.
- Tijdens de laatste stemronde heeft iedereen één stem. Toch betekent dat niet altijd dat het idee met de meeste stemmen gekozen wordt. Als er verdeeldheid is over twee ideeën, zoeken ze een consensus. Iedereen moet achter het project kunnen staan.
- Eens het nieuwe project gekozen, formuleren de kinderen een duidelijke projectvraag en zoeken ze een goed eindproduct. Daarna stellen ze de projectdoelen op: 'Wat willen we doen?' 'Wat moeten we allemaal kunnen om dat te doen?' 'Wat moeten we daar allemaal voor weten?' 'Wat willen wij zijn?'
- Vóór de echte start van het project maken ze een planning op. Ze pinnen een datum vast voor het einde van het project.
- De leerlingen werken in groepjes aan het project. Ze verdelen het werk om de projectdoelen te halen. Gedurende minstens een maand werken ze aan het eindproduct. Bij de presentatie daarvan is iedereen welkom: alle leerlingen van de school, broers en zussen, ex-leerlingen en uiteraard alle ouders en grootouders.
- Na het project volgt een evaluatie. Wat liep er goed en wat minder? Wat kunnen we daaruit leren om de aanpak tijdens het volgende project te verbeteren?
- In elk project komt leerstof aan bod. Na het project wordt die leerstof verder ingeoefend. De leerlingen krijgen dan een bundel oefeningen die ze alleen of in groep verwerken.
- En dan begint het weer te kriebelen om aan een nieuw project te beginnen...